Menu
nlenfrde
Sinds 1-1-2018 is dit het schrikbarend aantal kinderen van verstoten ouders:

Als we er niets tegen doen zullen er dit jaar nog eens 2191 kinderen de dupe worden van ouderverstoting, dat zijn gemiddeld 2 kinderen per uur!

Als, helaas gedwongen, ervaringsdeskundige in de jeugdzorg, en dan met name Jeugdbescherming Brabant heb ik in de afgelopen anderhalf jaar vele schrijnende gevallen meegemaakt. Veel dossiers gelezen betrokkenen gesproken en ben diverse keren ingeschakeld als vertrouwenspersoon.

Onlangs was ik als vertouwenspersoon betrokken bij een gesprek tussen een cliënte van JBB en de jeugdzorgwerker mevr. A en gebiedsmanager de heer S.

De rechter had in deze zaak bij beschikking uitgesproken dat de GI een ervaren jeugdzorgwerker diende aan te wijzen die ervaring had met OVS. Bij de kennismaking met de JZW-er bleek deze pas net een jaar ingeschreven te staan bij het SKJ. In het gesprek gaf zij ervaringen op die niet overeenkwamen met haar eigen social media. En gaf tevens aan moeder te zijn wat achteraf ook niet klopte. Wel erkende ze geen ervaring te hebben met OVS, iets wat overduidelijk geëist was door de rechter.

De cliënt heeft een klacht ingediend tegen de JZW-er omdat deze gelogen had over haar ervaring en het feit dat de GI zich niet gehouden heeft aan de uitspraak van de rechter. Zoals te doen gebruikelijk volgt er dan eerst een bemiddelingsgesprek.

Schokkend

Wat er tijdens het gesprek vervolgens gesteld wordt is schokkend te ervaren. Allereerst stelt gebiedsmanager S dat ervaring eigenlijk een relatief begrip is en dat een JZW-er werkt in een team waar zij te rade kan gaan. Dus in dat kader heeft zij altijd voldoende ervaring. Vervolgens stelt hij ook dat hij geen mensen in zijn team heeft die ervaring hebben met OVS. Dus aan die voorwaarde kon hij simpelweg niet voldoen. Wat er niet is is er niet.

Dit was een interessant punt. Hoe kun je een beschikking opvolgen als je het door de rechter opgelegde, ervaring met OVS, niet kunt bieden? Het antwoord was schokkend en citeer hier letterlijk de uitspraak van gebiedsmanager S: “het is niet vanzelfsprekend dat wij de beschikkingen opvolgen” om hier later aan toe te voegen “uitspraken van rechters in het familierecht zijn slechts voorkeursuitspraken”. Met die laatste opmerking wilde hij uiteraard proberen zijn eerder uitspraak te rechtvaardigen dat het niet vanzelfsprekend is dat de GI vonnissen opvolgt.

Niet de eerste keer

Het is niet de eerste keer dat medewerkers van JBB stellen dat zij vonnissen niet hoeven uit te voeren. Ook andere gebiedsmanagers en jeugdzorgwerkers hebben deze uitlatingen al diverse keren gedaan tegen clienten en vertrouwenspersonen.
Maar een uitspraak is een uitspraak. En S moest erkennen dat hij in Nederland woont en werkt, JBB een Nederlandse entiteit is en daarmee gehouden is aan de Nederlandse wetgeving. En dat in de rechtsstaat Nederland de rechter bepaalt.
Wat de heer S en die andere medewerkers kennelijk niet weten is dat hun eigen bestuurder, Rene Meuwissen, in oktober, in het bijzijn van regio directeur Miranda Dekkers, heeft gesteld dat JBB vonnissen van de rechtbank natuurlijk en onverkort moet uitvoeren. De vraag is dan ook waar deze interne “interpretatie” verschillen vandaan komen. Het lijkt er steeds meer op dat deze bestuurder en zijn regio directeuren de medewerkers niet onder controle hebben danwel dat zij intern een andere boodschap en beleidslijn verkondigen dan zij naar buiten toe doen. En hiermee een staat in een staat creëren.

 

Terugkrabbelen

Over de ontbrekende ervaring met OVS krabbelde S in het gesprek, wederom na doorvragen, ook terug: er waren wel degelijk mensen die getraind zijn en ervaring hebben met OVS, om dat later weer te wijzigen dat er mensen in dienst zijn die dusdanige ervaring hebben dat zij binnen de interne opleidingsmodules van JBB de jzw-ers kunnen en mogen trainen op dit vlak. Waar die mensen die kennis vandaan hebben en of ze daarin geaccrediteerd zijn kon hij niet zeggen. Of die interne opleiding geaccrediteerd is en wat er dan zoal getraind wordt over OVS kon hij niet zeggen. Ten aanzien van het algemene beleid van JBB als er sprake is van OVS wilde hij geen antwoord geven terwijl dit voor cliënte van wezenlijk belang is in wat zij kan verwachten van de GI. Vervolgens hebben we ook gevraagd wat JBB gaat doen met de adviezen van de commissie Rouvoet. Ook hier wilde S geen direct antwoord geven. Hij heeft aangegeven binnen 14 dagen schriftelijk te reageren of de GI deze vragen gaat beantwoorden.

 

Hulpverlening ondergeschikt aan bedrijfsvoering

De cliënte merkte terecht op dat zij mag verwachten dat de kinderen het beste krijgen wat er is. En dat als er iemand moet komen met ervaring in OVS dat ook verwacht mag worden. De heer S. erkende dat ook. Dat lokte ons uit de vraag te stellen: “maar als u die niet voorhanden heeft waarom gaat u dan niet terug naar de rechter en stelt u vast dat u de opdracht niet kan uitvoeren of waarom huurt u die ervaring niet in?” Als voorbeeld gaven we dat Iemand op de afdeling cardiologie die geopereerd moet worden en de cardioloog is niet voor handenwordt toch ook niet door een KNO arts geopereerd dan? Ook dit antwoord was ontluisterend: “Op vragen over onze bedrijfsvoering ga ik niet in.” Hiermee direct duidelijk makend dat de zorg ondergeschikt is aan de bedrijfsvoering van JBB. Het feit dat de belangen van de kinderen en hun hulpverlening ondergeschikt zijn aan de economische bedrijfsvoering is hiermee wat mij betreft onverkort aangetoond.

Bij geen vertrouwen moet JZW-er vervangen worden

Positief aan het gesprek was dat bij JBB er kennelijk een nieuw beleid is ingesteld. Als er geen vertrouwen tussen de JZW-er en de betrokken belanghebbende dat heeft door gaan met elkaar geen zin. Om die reden had S besloten de JZW-er te vervangen om daar wel aan toe te voegen dat dat niet betekende dat hij niet kon garanderen dat hij de eisen in de beschikking zou opvolgen. Dit voelde als pure intimidatie in het gesprek overigens: wij vervangen de JZW-er en dan nu niet meer verder zeuren en de klacht van tafel en zeker geen klachtzitting.

Maar voor alle ouders te maken met JBB: heeft u geen vertrouwen in uw JZW-er: massaal in de pen naar de gebiedsmanagers en verzoek om een nieuwe JZW-er. En bij weigering klacht doorzetten naar de klachtencommissie.

 

Geen respect voor vertrouwenspersoon

Tot slot nog een mooi staaltje intimidatie: na een vraag van mij om een nadere toelichting op een antwoord was de reactie van S: “ik ben met mevrouw in gesprek” hiermee pogend mij de mond te snoeren. De knappe reactie van de cliënte: “nee u bent met ons beiden in gesprek!” Nadien werden enkele keren de vragen die ik namens cliënte stelde volledig genegeerd.
En de JZW-er A? Waar blijft die in het verhaal? Ze wordt vervangen maar in het gesprek kregen cliënte en ik met haar te doen. Zij was door haar eigen gebiedsmanager in een onmogelijke positie gemanouvreerd, heeft gepoogd haar positie te redden en dingen gezegd die niet juist zijn. Zij heeft dat ook zelf direct vastgesteld en haar excuses aangeboden. Daarvoor chapeau. De gebiedsmanager S voegde hier nog aan toe dat het absoluut onbestaanbaar is als zijn mensen gaan liegen want “als zij gaan liegen heb ik een groot probleem.” Ik kon een schamper en cynisch lachje niet meer onderdrukken: de club die bekend staat om de categorische leugens zegt dat ze niet mogen liegen!
De carrière van A heeft binnen een jaar een forse deuk opgelopen en is een illusie armer. Zonde want van ethousiaste jongelingen moeten we het gaan hebben. Jongelingen die wel openstaan voor maatschappelijke ontwikkelingen waarvan OVS een uitvloeisel is. En dat allemaal te danken aan een gebiedsmanager die het niet vanzelfsprekend vindt dat vonnissen worden uitgevoerd! En die wat mij betreft zichzelf hiermee een brevet van onvermogen heeft opgespeld en eigenlijk zowel intern als extern zichzelf heeft gediskwalificeerd als gesprekspartner.
We kijken uit naar de schriftelijke beantwoording van S en eigenlijk ook een reactie Rene Meuwissen.
 
Blog Krijn ten Hove