nlenfrde

‘Mijn grootste fout is dat ik hulp heb gezocht voor mijn kind'

Ines Jonker – Leeuwarder Courant

FOTO RENS HOOYENGA

,,Ik heb mijn zoontje een keer opgezocht op school, ik wilde hem vertellen dat ik van hem hou. Maar dat was niet de bedoeling stelde jeugdzorg, het was niet in het belang van het kind.’’

Hendrik-Jan Oussoren uit Appelscha kwam vijf jaar geleden in aanraking met Jeugdzorg toen hij hulp wilde zoeken voor zijn zoontje. Sinds anderhalf jaar mag hij zijn kind niet meer zien. ,,Ik had nooit hulp moeten zoeken. Ik ben mijn kind kwijtgeraakt en dat kan iedereen overkomen.’’

Oussoren (41) scheidde in 2014 van zijn partner, moeder van zijn toen eenjarige zoontje. De voormalige partners hadden co-ouderschap en dat ging aanvankelijk goed, totdat zij dreigde weg te gaan met hun kind. ,,Op een gegeven moment reageerde mijn zoontje heel heftig als mijn ex voor de deur stond om hem op te halen: hij begon te krijsen en klampte zich aan mij vast.’’

Hij besloot hulp in te schakelen en kwam via het consultatiebureau bij het gebiedsteam terecht. ,,Er werd iemand op gezet die jaren ervaring had met vechtscheidingen. Ik dacht: vechtscheidingen? Het gaat toch om mijn zoontje?’’ Maar de hulpverlening legde de focus direct op de relatie tussen de ex-partners, in plaats van op het gedrag van het kind. ,,Ik had zelf beelden van de overdracht gemaakt, maar die wilden ze niet bekijken. Ik kreeg te horen: wij weten wel hoe het gaat.’’

Beschuldigd van mishandeling

Er werd een melding gedaan bij Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Die resulteerde in een rapport, dat volgens Oussoren vol stond met onwaarheden. Zo stond erin dat hij werd beschuldigd van mishandeling en dat daar aangifte van was gedaan. ,,Dat is nooit geverifieerd bij de politie, maar het stond vervolgens wel in mijn dossier. En ook al klopt het niet, er wordt een beeld gecreëerd’’, zegt Oussoren, die op de marinebasis in Den Helder werkt als militair.

Hij probeerde tevergeefs de fouten te laten rechtzetten. ,,‘We corrigeren alleen schrijffouten’, kreeg ik te horen. Mijn commentaar kwam in de bijlage, maar wie leest de bijlage? Mijn bewijsvoering werd niet toegevoegd.’’ Zijn advocaat adviseerde het rapport daarom niet te ondertekenen. Daarop dreigde Veilig Thuis naar de Kinderbescherming te gaan.

Slechtere verstandhouding

,,Ik dacht: prima, dat is een heel professionele instantie, daar werken deskundigen die het verhaal gaan toetsen.’’ Dat bleek niet het geval. Zijn ex en hij werden gehoord, evenals zijn en haar ouders.

De verstandhouding tussen de twee ex-partners werd steeds slechter. Tijdens een zitting bij de Raad van de Kinderbescherming bleek dat de vertegenwoordiger van deze raad geen enkel dossierstuk had. ,,Ze stelde wel dat co-ouderschap niet in het belang van het kind was.’’

De rechter nam het advies van de Raad over om het kind onder toezicht van een gezinsvoogd te laten plaatsen. Vanaf het eerste moment was de relatie met deze gezinsvoogd volgens Oussoren problematisch. Na verschillende incidenten diende hij een klacht in tegen de vrouw. ,,Er is een onafhankelijke klachtencommissie maar die wordt betaald door Jeugdzorg. Die toetst geen feiten, maar die hoort alleen mensen.’’

'Zoontje nooit geobserveerd'

Wat voortdurend in het relaas van Oussoren, die het hele proces en alle communicatie documenteerde, terugkomt, zijn twee zaken: betrokken instanties doen niet aan feitenonderzoek, en als er eenmaal iets in een dossier staat (‘vader is door moeder beschuldigd van mishandeling’) komt dat in alle rapporten terug. Fouten worden niet gecorrigeerd en adviezen, gedaan door instanties zoals de Raad van de Kinderbescherming, worden zonder toetsing vrijwel altijd overgenomen door de rechter.

Wat Oussoren vooral verbaasde, was dat het probleem waar het allemaal mee begon, feitelijk nooit is onderzocht en aangepakt. ,,Het ging niet goed bij de overdracht. Maar mijn zoontje is nooit geobserveerd.’’

'Hij zat in bad toen ze hem wilden meenemen en poepte van paniek in het water'

Op een gegeven moment ontdekte Oussoren tot zijn verbazing dat in zijn dossier, onder het kopje ‘risico-analyse’, stond dat hij mogelijk suïcidaal was, dat er mogelijk sprake was van een persoonlijkheidsstoornis en agressieve gedachten. Vader zou een tikkende tijdbom zijn, een gevaar voor zijn kind en de omgeving. ,,Ik vroeg waar dit op was gebaseerd, maar kreeg geen duidelijk antwoord.’’ Hij lichtte zijn werkgever in, en een arts en psycholoog van Defensie, die op hun beurt informeerden bij Jeugdzorg wat de concrete zorgen waren. Er kwam geen reactie.

,,Omdat volstrekt onduidelijk was waar Jeugdzorg zich op baseerde, kon Defensie niet meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek. Dus kwam er in mijn dossier te staan: vader wil niet meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek.’’ Het slot van het liedje was dat de omgang tussen Oussoren en zijn zoon in juni 2017 werd stopgezet, zonder tussenkomst van een rechter.

Oussoren tekende hoger beroep aan bij het hof. De omgang moest per direct worden hersteld. ,,Dat was Jeugdzorg een doorn in het oog. Na zes weken werd het weer stopgezet. De tweede dag dat mijn zoontje bij mij was, werd hij opgehaald door jeugdzorg en de marechaussee. Hij zat in bad toen ze hem wilden meenemen en poepte van paniek in het water. Ik moest hem maar in een handdoek wikkelen. Ik heb geweigerd, wilde mijn zoon niet meegeven aan twee vreemde vrouwen. Ik heb hem uiteindelijk zelf naar mijn ex gebracht. Als ik niet meewerkte, zou ik worden afgevoerd.’’ (Later bleek dat Oussoren zich wel aan de omgangsregeling hield en dat jeugdzorg en de marechaussee dus onrechtmatig handelden).


Vrijspraak onttrekking ouderlijk gezag

Op 15 oktober 2018 en 14 januari 2019 stond Oussoren terecht voor de militaire kamer van de Arnhemse rechtbank. Hij werd verdacht van het aan het gezag onttrekken van zijn zoontje en van smaad en laster tegen een gezinsvoogd.

De voogd zou volgens hem informatie hebben achtergehouden, afspraken niet zijn nagekomen, zich niet gehouden hebben aan wettelijke verplichtingen en onwaarheden hebben verteld bij de rechtbank. Toen zijn verzoek om een andere gezinsvoogd en een klachtenprocedure geen resultaat hadden, besloot hij zijn negatieve ervaringen via Facebook te delen. Dat deed hij met het oog op het algemeen belang, zo verklaarde Oussoren voor de rechtbank. Hij wilde andere kinderen en ouders waarschuwen.

In de zomer van 2017 probeerde hij zijn zoontje van school te halen. Dat deed hij nadat de omgangsregeling ten onrechte was stopgezet, zo betoogde de militair. Ook zou hij in het najaar van 2017 het kind een dag te lang thuis hebben gehad waarop jeugdzorg en de marechaussee het jongetje kwamen halen (het badincident, zie centraal artikel), maar de officier van justitie erkende dat hij zich destijds wel aan de juiste omgangsregeling heeft gehouden. Van dat laatste feit vroeg de officier dan ook vrijspraak.

In zijn uitspraak op 28 januari oordeelde de rechtbank dat Oussoren wordt vrijgesproken van de onttrekking aan het wettig gezag, wegens onvoldoende overtuigend bewijs. Ook laster kon niet worden bewezen. Wel achtte de militaire kamer bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift. ‘Verdachte heeft het verkeerde middel gekozen om aandacht te krijgen voor zijn kant van het verhaal. Deze handelwijze van verdachte is onnodig kwetsend geweest.’ Hij werd veroordeeld tot een voorwaardelijke boete van 750 euro.


Moeras

Terugkijkend zegt Oussoren: ,,Het voelt alsof ik het moeras in geschopt ben. Mijn grootste fout is dat ik hulp heb gezocht voor mijn kind. Maar het probleem waarmee alles begon, is in de basis nooit onderzocht.’’

Oussoren zegt geen vertrouwen meer te hebben in het Nederlands rechtssysteem. ,,Ik geloof niet dat ik mijn zoon ooit nog terugzie. En elke dag denk ik: waarom, wat heb ik misdaan? Elk kind heeft recht op een gezinsleven, volgens de Europese Rechten van de Mens. De overheid mag ingrijpen op zwaarwegende gronden, maar die waren er niet. Gedetineerden mogen hun kinderen zien. Ik niet, terwijl ik nooit een probleem met mijn zoon heb gehad. Hoe kan dat? Ik heb de Raad voor de Rechtspraak en de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd wat precies het belang van het kind in deze is, maar daar heb ik tot nog toe geen antwoord op gekregen.’’

,,Door mijn ervaring met instanties ben ik heel kritisch geworden. Ik vroeg bijvoorbeeld het protocol op van een ondertoezichtstelling door Jeugdzorg. Dat kreeg ik niet, want dat hadden ze niet. Dat was onzin, ze hadden het wel.’’

Berndsen: Het is nu tijd voor stappen

Sociaal pedagoog Harry Berndsen uit Burdaard deed jarenlang onderzoek naar rapportages van instanties als Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg. Volgens hem gaat er veel mis in de hele jeugdzorgketen, met onterechte uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen van kinderen tot gevolg.

In zijn rapport ‘Keteninfantiliteit in de Jeugdzorg’ velde hij een hard oordeel over het functioneren van de jeugdzorgketen in Nederland. De kern van Berndsens kritiek luidde dat conclusies van instanties lang niet altijd op objectiveerbare feiten zijn gebaseerd, terwijl de Jeugdwet dat wel voorschrijft.

,,Ik zie in rapporten verzinsels, onjuistheden en ouders die een stigma opgeplakt krijgen, zoals een psychiatrische aandoening als borderline of narcisme. En als eenmaal is opgeschreven dat een instantie vindt dat je niet goed bij je hoofd bent, krijg je dat stigma bijna niet meer van je af.’’

Foutieve informatie die eenmaal is opgetekend kan van instantie naar instantie worden doorgegeven. ‘Keteninfantiliteit’ noemt Berndsen dit klakkeloos overnemen van wat er staat.

Berndsen noemde de kinderrechter ,,de zwakste schakel in de keten’’. ,,Die heeft tegelijkertijd de meeste macht, namelijk de beslissingsbevoegdheid over zaken als ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.’’

Wat het rapport heeft opgeleverd? ,,Veel discussie en reacties van mensen die zich er in herkenden en om hulp vroegen.’’

De reacties van de instanties zelf en de politiek stelden Berndsen teleur. ,,Die doen er het zwijgen toe.’’ Onlangs besloot de pedagoog te stoppen met zijn dossieronderzoek. ,,We weten nu wel wat er allemaal fout is. Het is nu tijd voor stappen.’’ Dus schreef hij een deel 2 met de oplossingen ,,die de rechter helpen om beslissingen beter te funderen’’.

Hierin houdt de pedagoog een stevig pleidooi voor professionele diagnostiek. Die houdt in dat de diagnose (over de pedagogische bekwaamheid van de ouders en de opvoedsituatie van de minderjarige) uitsluitend door een medicus, psychiater of gedragswetenschapper mag worden gesteld. Dit zal leiden tot kwaliteitsverbetering van de rechterlijke beslissingen, meent Berndsen. ,,Dan breek je de macht van de instelling oftewel de jeugdvoogd en kan deze zich weer richten op de kerntaak, het ondersteunen. Het contact met de kinderrechter verloopt dan uitsluitend door de Raad voor de Kinderbescherming, op academisch niveau.’’

Actieplan

In juni 2018 presenteerde minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) het actieplan ‘Verbetering feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen’ aan de Tweede Kamer. In het plan staan 21 acties die de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en andere instellingen moeten uitvoeren.

Doel is dat ze de basisbeginselen van deugdelijk feitenonderzoek beter gaan toepassen. Rapportages en verzoekschriften moeten voor kinderen en ouders begrijpelijk zijn en het doel ervan moet duidelijk zijn. Professionals moeten altijd hoor en wederhoor toepassen, kinderen en ouders inzage geven in dossiers en verkeerde informatie uit dossiers verwijderen of markeren als niet correct.

Aanleiding voor het actieplan was de onvrede van cliënten van de jeugdbescherming over de kwaliteit van het feitenonderzoek en de dossiervorming.

Volgens betrokkenen heeft het actieplan nog niet veel effect gehad. ,,De Jeugdzorg heeft al zo vaak beterschap beloofd, zonder juridische hervorming van het stelsel. Ouders lijken juist minder zeggenschap te hebben dan ooit’’, vindt Hendrik-Jan Oussoren.

Berndsen: ,,Het actieplan mist de scherpte om effectieve maatregelen in te voeren, en de cruciale inbreng van ouders die met instanties in de jeugdzorgketen te maken hebben ontbreekt. Bovendien, zolang de instanties blijven beweren zich niet te herkennen in de fouten die ze maken is er bij hen geen enkele motivatie om te veranderen.’’

Verantwoording

De redactie realiseert zich dat dit verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een persoon. Objectiveerbare zaken zijn zo veel mogelijk gecheckt via officiële documenten. Het verhaal is voorgelegd aan het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid Friesland voor een reactie. Dat geeft aan niet te willen ingaan op individuele en/of lopende casussen, dus ook niet op deze, ondanks de schriftelijke toestemming die Hendrik-Jan Oussoren verleende om zijn zaak te bespreken in het kader van deze artikelenreeks.