Menu
nlenfrde
Sinds 1-1-2018 is dit het schrikbarend aantal kinderen van verstoten ouders:

Als we er niets tegen doen zullen er dit jaar nog eens 2191 kinderen de dupe worden van ouderverstoting, dat zijn gemiddeld 2 kinderen per uur!

De beginfase van iets dat tot OVS uitgroeit is vreemd en lastig. Omdat je tegenwerking ondervindt bij wat gewoon hoort te zijn, dat je als ouder in scheiding toch met je kinderen contact blijft hebben en waarbij zij niets moeten missen.

 

Bij mij was in het begin geen vakantie bezoekregeling voorzien, en dus vroeg ik die en kreeg dat. 

Dat zinde hun moeder niet, die bij elk bezoekweekend dwars ging liggen op een manier die het de kinderen zelf lastig maakte. Op een hete zaterdag in juni weigerde ze om hun zwemgerief mee te geven. Ik liet mijn kinderen instappen en zei dat ik het nog eens ging vragen aan de voordeur, die voor mijn aanbellen gesloten bleef……tot die opengegooid werd en moederlief naar buiten stormde, me de bril van de neus trok en deze in de weide ernaast gooide.

Ook schoonvader stormde naar buiten en schopte me in mijn ballen; intussen was (proactief) de politie opgeroepen. Terwijl ik tegen mijn auto geleund stond te bekomen, zochten de agenten mijn bril. Ze waren met een combi gekomen, en namen mijn kinderen daarin mee; ik moest volgen naar het politiebureau.

Ik was te zeer van mijn stuk om me te realiseren dat ik daarmee een fout maakte : ik had nooit mogen dulden dat mijn kinderen door de politie meegenomen werden.

Aangekomen in het politiebureau vroeg ik waar ze waren; in een wachtzaaltje, werd me gezegd. Ik moest plaats nemen aan het bureau van een agent, die op een typmachine begon te hameren en die tussendoor iemand belde; in een hoek stond een telex (we spreken hier over 1982).

Toen de agent klaar was rolde hij het blad uit de schrijfmachine en liet me lezen.

Eerst een deel waarin de reden voor hun tussenkomst stond en wat ze daarbij waarnamen. Tot daar geen vuiltje aan de lucht. Maar dan kwam er eerst een blanco ruimte en daarna de tekst “Ik neem kennis van de beslissing van de substituut van dienst dat het bezoekrecht geschorst is”. Ik zei dat ik in de blanco ruimte zou tekenen na het eerste deel, maar nooit of nimmer onder hetgeen erop volgde. 

 

Ik vroeg wie die substituut van dienst was, maar dat wou die agent me niet zeggen; hij zei dat hij ermee had gebeld. OK zei ik, bel die dan nu eens opnieuw, zodat ik er zelf mee kan spreken. Dat mocht niet zei hij. OK zei ik, daar in die hoek staat een telex, bel dus maar zelf en zorg dat er in de kortste keren de naam van die substituut uit komt plus het motief voor diens zogeheten beslissing.

Dat wou hij ook niet doen, maar dreigde ermee me in een cel te laten ontnuchteren voor mijn ‘weerspannigheid’. Ik antwoordde dat ik dan tegen hem een klacht zou neerleggen bij de procureur des Konings.

Twee andere agenten in het lokaal waren getuige hiervan en hoorden ademloos toe.

 

Toen maakte ik een tweede fout (zo realiseerde ik me later) : Ik zei dat ik -na anderhalf uur in dat politiebureau- verkoos dat hun moeder de kinderen kwam terughalen uit de situatie waarin ze door haar toedoen verzeild waren; ik had moeten vragen om bij hen te gaan zitten om hen gerust te stellen en te troosten, om ze dan zelf met mij mee te laten gaan.

 

Het werd me echter in de twee erop volgende weken duidelijk dat ik niet in de val was getrapt die opgezet was : had ik die ‘beslissing’ voor kennisname ondertekend, dan zou ik van dan af nooit nog mijn kinderen hebben gezien.

Want wat bleek ?  Hun moeder eiste nu bij de rechtbank om de hele bezoekregeling (weekends én vakantie) compleet af te schaffen.

Ik trok naar het Justitiepaleis om die ‘substituut van dienst’ van dat weekend te spreken. Die bleek de zus te zijn van de medewerker van de advocate van de moeder de kinderen.

De moeder probeerde dan om via de politiecommissaris te bekomen dat ik de kinderen bij het begin en einde van elk weekendbezoek onofficieel zou ophalen bij de politie. 

Wat ik geweigerd heb; het was al welletjes geweest. 

Ik vroeg de commissaris om er integendeel hun moeder op te wijzen dat zij tot taak had om, na 12 ½ dag hoederechtuitoefening –als psycholoog nog wel !- er voor te zorgen dat de kinderen onbekommerd konden meegaan met hun vader.

Maar ik weet, dat zoiets soms of bij sommige ouders teveel verwacht is.

 

Ook hoe het verder verging, kan tot hulp of lering dienen voor wie anno nu in zo'n situatie verzeilt.