nlenfrde

“Ook de kinderrechter heeft wel eens twijfel” 

Hoe rechters denken:

12 februari  – Ines Jonker  – Friesland. Op: https://www.lc.nl/friesland/Ook-de-kinderrechter-heeft-wel-eens-twijfel-24171346.html :

"Ik ben er van overtuigd dat ouders bijna altijd het beste voor hun kinderen willen, en dan is het misschien lastig als iemand anders voor jouw kind beslist’’, zegt kinderrechter Tilly van der Hoeven.

Dat zal wel zeker, en waar er onenigheid is is degelijker, diagnostieker onderzoek nodig, naar kinderrecht IVRK art. 24 lid 1, maar daar lijken jeugdrechters nooit van gehoord te hebben. Al is dat wel in het belang van het kind waar Ïs de zorg gegrond?” van kinderombudsman Dullaert een historisch feit is en te denken geeft, naast wat Ursula Gresser tegen rechters spraak}.

Tilly van der Hoeven (57) is sinds 2008 kinderrechter bij de rechtbank in Leeuwarden en neemt in die functie besluiten over de ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van een kind. Een hele verantwoordelijkheid, beseft zij. En ja, soms is er twijfel. ,,De ene beslissing is makkelijker dan de andere, maar als ik eenmaal beslis sta ik daar helemaal achter. Toch ben ik blij dat er hoger beroep mogelijk is.’’

-{En natuurlijk kan een jeugdrechter vragen om de diagnostieke rapporten zelf, en de  onderzoeksvragen, zwart op wit, het er niet bij laten zitten dat de jeugdzorg samenvattingen geeft die mogelijk een stempel vertonen van de “perverse prikkel” die de kinderombudsman vermoedde (op pag. 93 van diens rapport in 2013) of mogelijk enkel beweringen zijn.}

Aanleiding voor het gesprek is kritiek van zowel ouders als professionals op de machtige positie van kinderrechters die het eindoordeel vellen in een langlopend proces. -{Wat natuurlijk vreemd is omdat rechters juristen zijn maar geen orthopedagogen die latere gevolgen voor het kind beter kunnen beoordelen}.

De kinderrechter buigt zich over een zaak op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, die adviseert om een kind onder toezicht van een gezinsvoogd te stellen (OTS) of uit huis te laten plaatsen (UHP). Hoe komt u tot uw oordeel?

"Op de zitting is iemand van de Raad {onbeëdigd} aanwezig, de ouders, soms met een advocaat, het kind als het boven de twaalf is en, als er een OTS komt, een {onbeëdigd} vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling zal uitvoeren. Ik heb dan al apart met het kind gesproken. Dat doe ik in een kindvriendelijke setting, zonder toga. Ik leg uit wat de maatregel betekent{voor zover een rechter weet heeft van wat de  wetenschap  vond van de werking van beschermingsmaatregelen waar ouders niet eerst degelijk en veelzijdig zijn voorgelicht om een keuze te kunnen maken, en vaak vergeet de rechter dan over de sfeer te spreken die beïnvloed wordt door een maatregel}, informeer hoe het gaat, thuis en op school en ik vraag naar de zorgen uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Soms zegt een kind dat het wel goed is dat iemand komt helpen.

Ik heb het rapport van de Raad van tevoren gelezen en weet welke zorgen er {gedacht worden te} zijn. Ik heb dus één kant van het verhaal gehoord en daar kunnen ouders op reageren. –{Maar ouders zijn geen orthopedagogen en hebben veelal niet de brede voorlichting verkregen om bewust te zijn welke trajecten er bestaan; en ze mogen meestal hun deskundige niet ter zitting meenemen: Rv803}.  Het is echt een kwestie van hoor en wederhoor. –{Maar geen equality of laws (EHRM),  geen gelijkwaardigheid qua kennisniveau; daarbij mogen vaal ouders geen getuige-deskundige, een specialist ter zitting meenemen omdat onder  Rv803  omdat de jeugdzorg als 'belanghebbende' geen tegenspraak wenst en de privacy noemt (die de specialist uiteraard reeds kent) als afschermende reden; een rechter heeft daarin geen inzicht}. Alles wat ik hoor telt mee in de afweging die ik maak. De kernvraag is: zijn er genoeg gronden aangevoerd om aan de wettelijke criteria voor een OTS of UHP te voldoen?

(Lees ook:  'Mijn grootste fout is dat ik hulp heb gezocht voor mijn kind'

Rapporten van instellingen vormen een belangrijke informatiebron voor de rechter. Critici oordelen dat de kwaliteit hiervan soms rammelt doordat informatie klakkeloos wordt overgenomen en dat er soms waardeoordelen in staan. Hoe oordeelt u over de kwaliteit hiervan??

"In het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming staat precies{??} waar het advies op gebaseerd is, waar de informatie vandaan komt en van welke informanten –{en vaak niet welke sturende onderzoeksvragen die hebben verkregen, en niet welke hoge beroepsregistratie en specialisatie die hebben. De naam van de informant wordt vaak niet eens genoemd ter verificatie}. Dat is heel transparant. –{Tja… ‘Transparant’ indien men daarop goedgelovig gokt}. Daarnaast zijn er de verzoeken van de gecertificeerde instellingen (G.I.). Bij zo’n verzoek zit een rapportage van wat de ‘reden’ was voor de OTS en wat er het afgelopen jaar is gebeurd en gedaan om de situatie te verbeteren –{en vaak ook niet onderbouwd concreet welke voorlichting ouders hebben verkregen en hoe het kind met welke therapie er op vooruit is gegaan met de meting n.a.v. IVRK art. 24 en 25}. Ouders klagen er wel over dat daar oude informatie in staat, maar voor de kinderrechter is het toch belangrijk dat te weten.   Soms  is  informatie   die in de rapportages staat onjuist of achterhaald, bijvoorbeeld een gestelde ‘diagnose’ waarvan later is gezegd dat die toch niet klopt. Of vermoedens van een aandoening of stoornis, waarvan later is vastgesteld dat die persoon daar niet aan lijdt. Dan vragen we de gezinsvoogd of G.I. inderdaad wel om dat uit de rapportages te halen.’’ -{En hoe zelden geeft een gezinsvoogd gevolg aan waar de AVG toe verplicht, zelfs wanneer een rechter dit bevestigt? De gezinsvoogd verschuilt zich achter de Jeugdwet, eigen protocollen en zegt dat verzoeken onder de Awb uitgesloten zijn omdat de G.I. op een uitzonderingslijst staat, die eigenlijk n.v.t. is.   De G.I. zegt doodgemoedereerd dat "het noodzakelijk is dat het blijft staan" en geeft geen gevolg, en derden blijven met deze foute gegevens op de proppen komen (zie hier)}.

Hebben kinderrechters voldoende kennis van pedagogische inzichten??

"Daar worden we voortdurend in bijgeschoold. Iedere rechter die kinderrechter wordt, moet cursussen volgen op het gebied van {door de jeugdzorglobby aangereikte, erg algemene} wetenschappelijke opvattingen over de ontwikkeling van kinderen: ontwikkelingspsychologie, de omgang met deskundigen, praten met kinderen, hechtingsprocessen et cetera. Dat is heel belangrijk voor ons. Dus als er wordt gezegd dat we weinig pedagogische kennis hebben, herken ik me daar niet in.  We doen van alles om op de hoogte te blijven.’’

[Als er wordt gezegd dat we weinig pedagogische kennis hebben, herken ik me daar niet in. We doen van alles om op de hoogte te blijven.]

Vertegenwoordigers van instellingen zouden niet altijd inhoudelijk op de hoogte zijn van dossiers. Wat is uw ervaring hiermee?

"In Leeuwarden hebben we over het algemeen de eigen {onbeëdigde} gezinsvoogd op de zitting. Daar zijn we heel blij mee omdat die het best op de hoogte is. Als deze persoon verhinderd is, vraagt hij of zij een collega. Het is de bedoeling dat de informatie wordt overgedragen maar soms gebeurt dat niet. Dat kan aanleiding zijn om een nieuwe zitting te plannen. Rechters zijn zich er heel erg van bewust dat ze iedereen moeten horen. Ik probeer alle betrokkenen de kans te geven te zeggen wat hij of zij wil {maar de specialist van ouders wordt geweerd van de zitting}.’’

In zijn publicatie ‘Keteninfantiliteit in de jeugdzorg’ stelde sociaal pedagoog Harry Berndsen vorig jaar dat kinderrechters de zwakste schakel zijn in de jeugdzorgketen en tegelijkertijd de meeste macht hebben; omdat ze als jurist vooral naar de procedure kijken en minder naar gevolgen voor het kind. Ze moeten dus kunnen vertrouwen op de kwaliteit van het advies.*

"Natuurlijk zijn wij afhankelijk van de informatie die we krijgen aangeleverd. Maar als wij twijfelen, of niet genoeg informatie denken te hebben om te beslissen, kunnen we zelf deskundigen inschakelen of rapporten opvragen. Dan schakelen we vaak het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) in, dat zelf een onderzoek gaat doen –{En die krijgt dan de mogelijk sturende of beperkende informatie en onderzoeksvragen vanuit de jeugdzorg… Gewone specialisten uit passende gezondheidszorg worden zelden of nooit aangewezen}. Dat gebeurt {maar} een paar keer per jaar, het zijn heel dure onderzoeken.

En macht? We nemen natuurlijk wel het uiteindelijke besluit, en de ene beslissing is makkelijker dan de andere. Natuurlijk twijfel ik wel eens wat ik moet beslissen, maar als ik eenmaal beslis, sta ik daar helemaal achter. Toch ben ik blij dat er hoger beroep mogelijk is, want een andere/hogere rechter kan er natuurlijk anders over denken dan ik, en dan heeft degene die niet zijn zin heeft gekregen nog een kans om het voor te leggen. –{“Zijn zin” of het bewaken van de zorg voor diens kind, naar BW1:247 en naar kinderrecht; het kind moet dan heel lang in een waarschijnlijk  verkeerd  hulptraject zonder hulp verkeren, en ook die raadsheren kunnen  veel  onzin  overnemen die de jeugdzorg dan heeft gecreëerd. En welke ouders kunnen een hoger beroep betalen? En wat moeten ouders in Hoger beroep met zo'n opeenstapeling van insinuaties en valse gegevens; wil een raadsheer dat wel onderzoeken? Weten ouders wel niet-reactief een verzoekschrift te schrijven met waar het wèl om gaat, met zeer beknopte ontkrachting van alle insinuaties? Jeugdrechters in 'civiel' kijken toch vaak niet naar inhoudelijk bewijs, dus veel ouders mogen praten als Brugman, hoe serieus wordt hun inbreng genomen?! }. En als het heel moeilijk is, overleg ik met mijn collega’s. Ik moest bijvoorbeeld een keer oordelen over een OTS voor een kind in een gezin waar ontzettend veel weerstand was tegen de {mogelijk afdreigende en/of liegende} gezinsvoogd. In principe was aan alle criteria voldaan, maar ik vroeg mij sterk af, vanwege de problematiek van dat kind: zou het in dit geval geen averechtse werking hebben? Ik heb een leerplichtambtenaar en een hulpverlener geraadpleegd en de OTS uiteindelijk afgewezen.’’

[Natuurlijk twijfel ik wel eens wat ik moet beslissen, maar als ik eenmaal beslis, sta ik daar helemaal achter.]

Ouders die zich bij de krant melden, hebben nogal eens slechte ervaringen met gezinsvoogden. Wat is uw indruk van de kwaliteit van gezinsvoogden?

"In de eerste plaats dat ze zich heel erg bewust zijn {of doen alsof} van hun verantwoordelijkheid, in de tweede plaats dat ze zich uit de naad werken. –{Gezinsvoogden lijken zich uit de naad te werken omdat ze te weinig het hulptraject diagnostisch laten bepalen; het verzinnen en opschrijven van beweringen en vermoedens kost tijd, terwijl er kan worden afgegaan op het advies van specialisten die een effectiever hulptraject kunnen verstrekken}. Het is een hele zware baan, en er is heel veel verloop. Iedere gezinsvoogd moet geregistreerd zijn in het Kwaliteitsregister Jeugd {slechts SKJ} en valt onder de werking van het {lage, vage} tuchtrecht. Er worden nu veel jonge mensen opgeleid tot gezinsvoogd. Dat die zelf nog geen kinderen hebben, vind ik niet bezwaarlijk. Ze hebben een goede opleiding en kunnen soms met een heel frisse, open blik tegen dingen aankijken. Ik vind het kwalijker dat er veel wisselingen zijn, waardoor gezinnen weer aan een nieuw iemand moeten wennen. –{Dat gezinnen graag een niet-manipulatieve gezinsvoogd wensen, is begrijpelijk}.

Kijk, een gezinsvoogd heeft natuurlijk een hele andere positie dan de ouder. Ik ben ervan overtuigd dat ouders bijna altijd het beste voor hun kinderen willen, en dan is het misschien lastig als iemand anders –{liegend of gokkend}– voor jouw kind beslist. Ik moet wel zeggen dat een ondertoezichtstelling het meeste effect heeft als er een goede samenwerking is met de gezinsvoogd.’’ Soms is het best lastig te bepalen in hoeverre er sprake is van zaken die kinderen ernstig in hun ontwikkeling bedreigen, vindt Van der Hoeven, zelf moeder. ,,Toen ik dit werk net deed, dacht ik wel eens bij het lezen van een dossier: oeps, dat doe ik ook wel eens thuis. Bijvoorbeeld uitvallen naar je kind als je gestrest bent. Dat geldt voor elke ouder. -{Een orthopedagogische maat wordt niet genomen; de aangedikte beweringen worden op de gok geloofd, omdat de sociaal werker in jeugdzorg geloofd wordt als 'professional', wat broodverdiener betekent, en waar ook slagers en glazenwassers professioneel zijn; wie wil geopereerd worden door een professional waar er specialisten bestaan?!}.  Maar het is net de mate waarin dingen gebeuren die bepalen of een kind daardoor beschadigd kan worden of in zijn ontwikkeling bedreigd.’’  -{En weet de rechter van het afwegen tegenover de kennis die onafhankelijke wetenschappers gaven over de ernstige bedreiging die veroorzaakt wordt dóór dwangzorg? We nemen dat eigenlijk nóóít waar dat die overweging wordt opgeschreven, dus is er geen controle op!}.

–{Dat daarbij de ouders niet bewezen zwart op wit de juiste voorlichting hebben gehad,en daarop geen keuze konden maken, wordt niet in de rechtsvinding meegewogen}.


*: Vergelijk de woorden van de onafhankelijke, echte wetenschap: Internist prof.dr.med. Ursula Gresser, 2015.**    Ze spreekt: “Kinderen hebben behoefte aan contact met de eigen ouders; risico op depressie is groot bij kinderen onder het gescheiden zijn van diens ouder of ouders. … Contactsabotage naar ouders maakt kinderen na de scheiding ziek.” {Dit geldt zeker ook bij Uithuisplaatsingen, dubbelop}. “Het verlies van contact met levende ouders schaadt kinderen ongeveer twee keer zo lang en drie keer zo intens als het contactbreuk wegens de dood van een ouder.” De arts heeft de zes meest recente internationale studies over dit onderwerp geëvalueerd.
Volgens de door haar onderzochte studies treedt het vaakst depressie op, op de tweede plaats verslaving, als stoornis.  Ze vervolgde: “Rechters en ‘jeugdbescherming’ kunnen zich niet langer erop beroepen dat ze d.m.v. een contactbreuk (of te slechte bezoekregeling) ‘ten behoeve van een kind’ handelen. Diegene die nog steeds verlies van contact veroorzaakt, heeft nu kennis over het schadelijk effect.”  Zo schaadt het durend te hoge Cortisolgehalte bij vreemde wegplaatsing naar een onbekende setting het kind fysiek, naast stressreacties die het kind in zelfverdediging verbergt, internaliserend, al kan een externaliserend gedrag daaruit ook resulteren. (**: https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/wertenschap-kind-oudercontact-schaden-is-schadelijk/ met het vertaald onderzoekssamenvatting: https://jeugdbescherming.jimdo.com/kwaliteit/wertenschap-kind-oudercontact-schaden-is-schadelijk/gresser-vertaald-onderzoek/).


Hieronder enige kinderrechten...

IVRK artikel 24 lid 1: 1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van de gezondheid. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn of haar recht op toegang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden. ... -{Hoogwaardige en passende gezondheidszorg waar er onzekerheid of onenigheid in inzichten is}.  Lid 3 onderaan!

IVRK art. 25:  De Staten die partij zijn, erkennen het recht van een kind dat door de bevoegde autoriteiten uit huis is geplaatst ter verzorging, bescherming of behandeling in verband met zijn of haar lichamelijke of geestelijke gezondheid, op een periodieke evaluatie van de behandeling die het kind krijgt en van alle andere omstandigheden die verband houden met zijn of haar plaatsing. -{Natuurlijk op het niveau van art. 24: diagnostiek}.

IVRK art. 18: ‘Verantwoordelijkheden van en voor ouders’:  1. De Staten die partij zijn, doen alles wat in hun vermogen ligt om deerkenning te verzekeren van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind.  Ouders … hebben de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind.  Het belang van het kind is hun allereerste zorg.  -{Daarom is gezamenlijk ouderschap voor betrokken ouders  immer belangrijker dan ongenoegens jegens de 'ex'}. 2. Om de toepassing van de in dit Verdrag genoemde rechten tewaarborgen en te bevorderen, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand aan ouders en wettige voogden bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden die de opvoeding van het kind betreffen, enwaarborgen zij de ontwikkeling van instellingen, voorzieningen en diensten voor kinderzorg {waaronder degelijke en brede voorlichting wat het kind ervaart bij diverse mogelijke keuzes}. …

IVRK art. 16 lid 1. Geen enkel kind mag worden onderworpen aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privé-leven, in zijn of haar gezinsleven {zoals ondeskundige of manipulatieve jeugdzorg}.  2. Het kind heeft recht op {desnoods diagnostische}bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.

IVRK art. 9 lid 1. De Staten die partij zijn, waarborgen dat een kind niet wordt gescheiden van zijn of haar ouders tegen hun wil, tenzij de bevoegde autoriteiten onder voorbehoud van de mogelijkheid van rechterlijke toetsing, in overeenstemming met het toepasselijk recht en de toepasselijke procedures, beslissen dat deze scheiding {diagnostiek en orthopedagogisch} noodzakelijk is in het belang van het kind. Een dergelijke beslissing kan noodzakelijk zijn in een bepaald geval, zoals wanneer er sprake is van misbruik of verwaarlozing van het kind door de ouders {waarbij de ouders geen gehoor geven aan de voorlichting wat het kind ervaart}, of wanneer de ouders gescheiden leven en er een beslissing moet worden genomen ten aanzien van de verblijfplaats van het kind. 2. In procedures ingevolge het eerste lid van dit artikel dienen alle betrokken partijen de gelegenheid te krijgen aan de procedures deel te nemen en hun standpunten naar voren te brengen.3. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind dat van een ouder of beide ouders is gescheiden, op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen en rechtstreeks contact met beide ouders te onderhouden, tenzij dit in strijd is met het {diagnostiek bepaalde, orthopedagogische} belang van het kind. 4. …...

IVRK art. 5:  De Staten die partij zijn, eerbiedigen de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders of, indien van toepassing, van de leden van de familie in ruimere zin of de gemeenschap al naar gelang het plaatselijk gebruik, van wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het kind, voor het voorzien in pàssende leiding en begeleiding bij de uitoefening door het kind van de in dit Verdrag erkende rechten, op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind. -{amateurisme van 'jeugdzorg' behoort daar niet toe, gezien artikel 24, de méést hóge mate van gezondheidszorg! Er bestaat orthopedagogie}.

(Van: https://www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/bestanden/kinderrechtenverdrag_officiele_nederlandse_vertaling.pdf)  


Jeugdbescherming geeft geen voorlichting over representatie aan ouders. Ouders blijven zo onbewust van wat kinderen met een psychische rugzak op door de scheiding voelen, en weten dus niet daarop te anticiperen. Dat doet escaleren, wat geen 'zorg' is!!! Daar komen deze klachten van!!!


Bronvermelding: TJ. Strubbe: https://jeugdbescherming.jimdo.com/adoptie-en-pleegzorg/relativeer-en-onderzoek/onderzoek-na-relativeren/