nlenfrde

Waarom is het zo belangrijk dat jij je goed inleest en alles met betrekking tot uitspraken/ jurisprudentie goed leest?

  • Omdat jij de expert zult moeten worden.
  • Omdat jij jouw advocaat aanstuurt en wijzer zal moeten maken. Let op dat je daarover goede (financiële) afspraken maakt met jouw advocaat: ‘ ik zoek uit, lever alles aan, vertel je wat te doen. Ik betaal, dus ik bepaal’.
  • Omdat je uit deze stukken goed kunt lezen wat een rechter belangrijk vindt. Wat dus ‘werkt’ en wat niet.
  • Omdat je met betrekking tot jeugdbescherming eigenlijk alles ook zonder advocaat kunt doen, vaak zelfs veel effectiever, maar dan moet je wel weten waar je mee bezig bent.
  • Ook kun je in jouw pleitnota verwijzen naar zaaknummers die jouw pleitnota/verzoeken/verweer onderschrijven.

Steeds meer komt online. Daar is hard voor gestreden. Ook al staat er namelijk op jouw beschikking dat deze in openbaarheid is uitgesproken, zo vanzelf sprekend is dat dus niet. Waardoor heel veel familierechters achter gesloten deuren, niet onder ede horend, te veel vrijheid kregen om hun eigen ding te doen.

Vandaar ook oproep 14 en het is fijn als iedereen daar gevolg aan geeft. Daar je hiermee andere ouders helpt en inzichtelijk maakt wie aan de goede kant van de streep staat. Ben je in de fuik van Jeugdbescherming/zorg gelopen, dan is het van groot belang dat jij weet wat je moet doen als een casemanager/jeugdbeschermer jou trajecten/handelingen wil opleggen (dwang en drang), wat wel of niet rechtsgeldig is.


Onderstaand een compilatie van bijdragen door verschillende ouders en deskundigen:

Schriftelijke aanwijzing: Schrijnend en omdenkend, heb je geen gezag, dan kan jou geen schriftelijke aanwijzing opgelegd worden. Toch ben en blijf jij, met erkenning, ouder en hoor jij wel betrokken te worden. Zeker als een rechter een OTS heeft uitgesproken naar beide ouders toe waarbij gewerkt moet worden aan de onderlinge verhoudingen om gezamenlijk gezag te verkrijgen. Hier een paar uitspraken van groot belang, met betrekking tot schriftelijke aanwijzingen. 

Uithuisplaatsing zonder tussenkomst rechter? Uit huisplaatsing zonder machtiging rechter, waarbij ouders door de GI (gecertificeerde instelling) onder druk zijn gezet (drang/dwang) mag dus niet. Zie ook Gemotiveerd drang weigeren.
Van een gecertificeerde instelling mag verwacht worden dat zij op de hoogte is van de inhoud van de Jeugdwet en dat hiernaar gehandeld wordt, met inachtneming van de benodigde professionaliteit en zorgvuldigheid. Het hiervoor benoemde wettelijke kader is de ingang voor de GI om een minderjarige uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. De werkwijze die de GI in dit geval heeft gehanteerd, waarbij ouders onder druk zijn gezet om de minderjarigen zonder een machtiging van de kinderrechter en onder druk van de aanwezigheid van de politie elders onder te brengen, acht de kinderrechter dan ook verontrustend. Gelet op de kwetsbaarheid van minderjarigen dient een ingrijpende gebeurtenis zoals een uithuisplaatsing zeer goed doordacht en voorbereid te worden en vervolgens aan de kinderrechter voorgelegd te worden.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI%3ANL%3ARBZWB%3A2019%3A2076&showbutton=true&keyword=Jeugdwet+&fbclid=IwAR0eW9GzJDev7utXjfY0kqIhPRmq5oJFDo3mm53ur_UM3vph6umJW0Mh_xA

Nog interessanter kunnen de uitspraken van de Hoge Raad zijn:

De uitspraak van de Hoge Raad is inmiddels al vier keer bevestigd in andere zaken. Zie hier link en de pdf's. 

De Hoge Raad heeft in december 2018 een uitspraak gedaan waarin jeugdzorg veel minder rechten krijgt inzake het beperken van omgang en contact:

  • De GI kan in geval van uithuisplaatsing alleen de omgang beperken als er geen omgangsregeling door de rechter is vastgesteld.
  • De GI mag geen contact beperkende maatregel opleggen als er al een omgangsregeling is. Dit is ook het geval bij een uithuisplaatsing en als de GI het contact wil beperken in afwachting van de uitspraak van de kinderrechter.
  • De GI mag alleen de kinderrechter vragen om een nieuwe omgangsregeling.

Een kinderrechter mag een bepaalde beslissing nemen zonder dat alle partijen gehoord zijn. Dit mag alleen onder bepaalde voorwaarden.

Omgang ontzeggen door de familierechter (opgenomen in Bw 377a): 
Onderdeel 3.
De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:

  1. Omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
  2. De ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
  3. Het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
  4. Omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Hieronder fragmenten uit de uitspraak

Beslissing

De Hoge Raad: beantwoordt de prejudiciële vragen op de hiervoor in 4.1.4, 4.2.4, 4.3.3 en 4.4.4 weergegeven wijze.

3.4.3 In zijn beschikking van 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1019 (rov. 3.6.3) heeft de Hoge Raad beslist dat art. 1:263a (oud) BW, de tot 1 januari 2015 geldende, nagenoeg gelijkluidende voorloper van art. 1:265f BW, ondanks zijn formulering ook – en in verband met de ruimere rechtsbescherming: bij uitsluiting – van toepassing is in een geval waarin de minderjarige zijn hoofdverblijf heeft bij een van zijn beide met het gezag belaste ouders en een contactbeperkende aanwijzing wordt gegeven met betrekking tot de andere met het gezag belaste ouder bij wie hij niet zijn hoofdverblijf heeft.

Daarmee is het toepassingsbereik van art. 1:263a (oud) BW uitgebreid tot buiten het geval van uithuisplaatsing.

4.1.1 De eerste vraag luidt of de overwegingen in de hiervoor in 3.4.3 genoemde beschikking van de Hoge Raad van 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1019 ten aanzien van art. 1:263a (oud) BW onverkort gelden voor de op 1 januari 2015 in werking getreden opvolger van die bepaling, art. 1:265f BW. Ter toelichting op deze vraag merkt de rechtbank op dat bij bevestigende beantwoording ervan voor de gecertificeerde instelling twee mogelijkheden bestaan tot vaststelling van een omgangsregeling met de niet-verzorgende ouder met gezag, namelijk (i) op de voet van art. 1:265f BW zelfstandig een regeling vaststellen, en (ii) op de voet van art. 1:265g BW de rechter vragen een regeling vast te stellen.

4.1.4 Uit het voorgaande volgt dat het antwoord op de eerste prejudiciële vraag ontkennend luidt.

4.2.1 De derde en de vierde prejudiciële vraag lenen zich voor gezamenlijke beantwoording.

4.2.2 De derde prejudiciële vraag stelt aan de orde of een gecertificeerde instelling door middel van het geven van contactbeperkende aanwijzingen op de voet van art. 1:265f BW (dat wil zeggen in een geval van uithuisplaatsing) zelfstandig een eerdere rechterlijke beschikking inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgang kan wijzigen. De rechtbank overweegt in dat verband dat uit de wetsgeschiedenis weliswaar blijkt dat een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling betreffende de omgang van een ouder met zijn kind een eerdere door de rechter vastgestelde omgangsregeling niet opzij kan zetten, maar dat de vraag rijst of dit ook geldt ( a) in het geval waarin de minderjarige krachtens een na de desbetreffende rechterlijke uitspraak verleende rechterlijke machtiging uit huis wordt geplaatst en er aldus sprake is van een nieuwe omstandigheid; ( b) in het geval waarin de gecertificeerde instelling op de voet van art. 1:265f BW de contacten tussen een ouder en de minderjarige wil beperken bij wijze van tijdelijke maatregel, in afwachting van een uitspraak van de kinderrechter op de voet van art. 1:265g lid 1 BW.

4.2.4 Gelet op deze ruimere rechtsbescherming moeten de derde en de vierde vraag aldus worden beantwoord dat art. 1:265f BW de gecertificeerde instelling niet de bevoegdheid toekent om door middel van het geven van een schriftelijke aanwijzing houdende beperking van de omgang, een eerdere beschikking van de rechter inzake omgang opzij te zetten, ook niet in de hiervoor in 4.2.2 onder (a) en (b) genoemde gevallen en evenmin wanneer het gaat om een door de kinderrechter op de voet van art. 1:265f lid 2 BW vastgestelde regeling. In al deze gevallen dient de gecertificeerde instelling zich op de voet van art. 1:265g lid 1 BW tot de kinderrechter te wenden met een verzoek tot wijziging van de eerdere regeling.

4.3.3 Het voorgaande brengt mee dat de tweede prejudiciële vraag aldus moet worden beantwoord dat de gecertificeerde instelling, indien sprake is van uithuisplaatsing, alleen dan gebruik kan maken van de in art. 1:265f lid 1 BW gegeven bevoegdheid tot het beperken van de contacten tussen een met het gezag belaste ouder en de minderjarige, indien niet eerder bij een rechterlijke uitspraak een omgangsregeling, daaronder begrepen een regeling op de voet van art. 1:265f lid 2 BW, is vastgesteld.

4.4.4 De vijfde prejudiciële vraag dient derhalve aldus te worden beantwoord dat de kinderrechter in het algemeen niet dient te beslissen op een verzoek tot schorsing als bedoeld in art. 1:264 lid 1, laatste volzin, BW zonder alle belanghebbenden te hebben gehoord. De kinderrechter kan hiervan echter afwijken op grond van spoedeisendheid van het schorsingsverzoek, mede gelet op de ernst van de eraan ten grondslag gelegde feiten. Beslist de kinderrechter met spoed voorlopig op het schorsingsverzoek zonder de belanghebbenden te hebben gehoord, dan dient hij die beslissing gedurende de verdere behandeling van het verzoek tot vervallenverklaring, eventueel na een verzoek tot vervroegde mondelinge behandeling, zo nodig te heroverwegen of nader te motiveren mede in het licht van hetgeen de belanghebbenden in dat verband aanvoeren.


Advocaat nodig of niet?

Één van de weinige voordelen van het hebben van een casemanager/jeugdbeschermer, dus in aanraking te zijn met jeugdbescherming/jeugdzorg, is dat je zonder advocaat naar de rechter kan. Het is dan wel zaak dat de GI de zaak voorbrengt en niet de jeugdbeschermer vervangt met de zoveelste andere.

In BW1:265k staat dat alle zaken betreffende OTS kunnen worden ingediend zonder advocaat, met uitzondering van 262B. In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Artikel 281 lid1 staat dat mijn zaak in dat geval niet ontvankelijk wordt verklaard.

Een en ander is ook uitgewerkt in het Procesregelement Civiel Jeugdrecht, onder artikel 2.1 en Bijlage A.

Hieronder heb ik de relevante artikelen weergegeven. Taaie kost... Procesregelement Civiel Jeugdrecht

Hoofdstuk 2. Indiening verzoekschrift (zie ook artikelen 1:265k BW, 5, 265, 278, 279, 281 en 799a Rv).

Artikel 2.1. Verzoeken als bedoeld in dit procesreglement gericht aan de kinderrechter kunnen worden ingediend zonder advocaat, met uitzondering van het verzoek als bedoeld in artikel 1:262b BW (geschil uitvoering ondertoezichtstelling). Voor een overzicht waarin staat welke natuurlijke persoon/instantie in welke procedure als verzoeker kan optreden, wordt verwezen naar bijlage A bij dit procesreglement.

Bijlage A. Schema verzoekers

Onderwerp: Geschillen over de uitvoering van de OTS
Verzoeker(s): De ouder (met gezag)*, De minderjarige van 12 jr e.o.*, De pleegouder*, GI, De zorgaanbieder of aanbieder * van jeugdhulp vallend onder verantwoordelijkheid van het college
* alleen via een advocaat (1:265k )
Artikel BW: 1:262b
Hoger beroep mogelijk: Nee

Onderwerp: Geheel/gedeeltelijk vervallen verklaren s.a.
Verzoeker(s): De ouder (met gezag) De minderjarige van 12 jaar e.o.
Artikel BW: 1:264
Hoger beroep mogelijk: Nee (m.u.v. beschikkingen ingevolge artikel 1:265f lid 2)

Onderwerp: Geheel/gedeeltelijk intrekken s.a.
Verzoeker(s): De ouder (met gezag) De minderjarige van 12 jaar e.o.
Artikel BW: 1:265
Hoger beroep mogelijk: Nee (m.u.v. beschikkingen ingevolge artikel 1:265f lid 2

Onderwerp: Beperking contact in s.a.
Verzoeker(s): De ouder (met gezag) De minderjarige van 12 jaar e.o Artikel BW: 1:265f lid 2 jo 264 en 265 Hoger beroep mogelijk: Ja

Onderwerp: Wijziging zorgregeling/ omgangsregeling in het kader van de OTS
Verzoeker(s): De ouder (met gezag),De omgangsgerechtigde,De minderjarige van 12 jaar e.o.,GI Artikel BW: 1:265g lid 2 Hoger beroep mogelijk: Ja

Gerefereerde wetsartikelen:

Burgerlijk Wetboek Boek 1 Artikel 265k

  1. Verzoeken op grond van deze afdeling worden schriftelijk gedaan. Voor zover zij aan de kinderrechter zijn gericht, kunnen zij worden ingediend zonder advocaat met uitzondering van het verzoek bedoeld in artikel 262b.
  2. De gecertificeerde instelling die een verzoek indient of ter terechtzitting wordt opgeroepen, zendt bij het verzoekschrift of onverwijld na de oproep, het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet, en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling aan de kinderrechter.
  3. Het plan en het verslag, bedoeld in het tweede lid, worden eveneens gezonden aan de raad voor de kinderbescherming.
  4. De verzoeken die de gecertificeerde instelling ter uitvoering van haar taak tot de rechter richt, kunnen worden ingediend zonder advocaat en worden kosteloos behandeld; de grossen, afschriften en uittreksels, die zij tot dat doel aanvraagt, worden haar door de griffiers vrij van alle kosten uitgereikt.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) Artikel 5 Onverminderd. Artikel 1 heeft de Nederlandse rechter in zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid geen rechtsmacht indien het kind zijn gewone verblijfplaats niet in Nederland heeft, tenzij hij zich in een uitzonderlijk geval, wegens de verbondenheid van de zaak met de rechtssfeer van Nederland, in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) Artikel 265 In zaken betreffende minderjarigen is bevoegd de rechter van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) Artikel 278

  1. Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust. In zaken betreffende een nalatenschap vermeldt het verzoekschrift tevens de laatste woonplaats van de overledene of de reden waarom deze vermelding niet mogelijk is.
  2. Het verzoekschrift wordt ondertekend en ter griffie ingediend. Indien de voorzieningenrechter daarop moet beschikken, kan het aan deze ter hand worden gesteld.
  3. Tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge bijzondere wettelijke bepaling niet door een advocaat behoeft te geschieden, wordt het verzoekschrift ondertekend door een advocaat. Het kantoor van die advocaat geldt als gekozen woonplaats van de verzoeker.
  4. De griffier tekent de dag van indiening of de dag van terhandstelling aan de voorzieningenrechter op het verzoekschrift aan.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) Artikel 279. 

  1. De rechter bepaalt, tenzij hij zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst, onverwijld dag en uur waarop de behandeling aanvangt. Hij beveelt tevens oproeping van de verzoeker en voor zover nodig van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden. Bovendien kan hij te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende, doen oproepen.
  2. De oproepingen, behalve die van de verzoeker, gaan vergezeld van een afschrift van het verzoekschrift, tenzij een oproeping op andere wijze dan bij brief of exploot geschiedt, of de rechter anders bepaalt; in deze gevallen bevat de oproeping een korte omschrijving van het verzoek.
  3. De opgeroepene verschijnt ter terechtzitting in persoon of bij een gemachtigde. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, verschijnt de opgeroepene in persoon of bij advocaat. De rechter kan verschijning in persoon bevelen. De opgeroepene die in persoon verschijnt, mag zich laten bijstaan door zijn raadsman. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, is de raadsman een advocaat.
  4. Van het verhandelde en van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de rechter voor wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, en de griffier wordt ondertekend.
  5. Indien de behandeling van een zaak wordt aangehouden, blijft een hernieuwde oproeping van diegenen, aan wie de dag en het uur reeds mondeling ter terechtzitting waren medegedeeld, achterwege.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) Artikel 281.

  1. Indien het verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, biedt de rechter de verzoeker de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen. Maakt de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, dan wordt hij in het verzoek niet ontvankelijk verklaard.
  2. Tegen een beslissing ingevolge het eerste lid staat geen hogere voorziening open.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) Artikel 799a Artikel 799a

  1. Onverminderd artikel 799 vermeldt het verzoekschrift, bedoeld in de artikelen 255, eerste lid, en 260, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige alsmede de daarop afgestemde duur waarvoor de ondertoezichtstelling zal gelden.
  2. Tevens vermeldt het verzoekschrift of, en zo ja, op welke wijze, de inhoud dan wel de strekking van het verzoekschrift is besproken met de minderjarige en welke reactie de minderjarige hierop heeft gegeven.
  3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien het betreft een verzoek als bedoeld in de artikelen 256, 259, 261, 265b, eerste lid, 265c, tweede lid, 265e, eerste of vierde lid, 265h, 265i, 266, 277, 327 en 328 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Als je je rechten wilt weten bij ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing, raad ik je aan om afdeling 4 van het Burgelijk Wetboek 1 te lezen. 
Artikel 254 t/m 265k. Klik hier voor alle procesregelementen. Lees ook bijlage A beginnend op pagina 140. Procedure bij de rechtbank over ondertoezichtstelling is gratis. 


Vraag: Kan je zelfstandig een verzoekschrift op basis van BW1:253a indienen om de omgang te veranderen?

Nee, dit kan niet. BW1:253a valt niet onder OTS. In "Procesreglement Civiel jeugdrecht, 18e druk (april 2019), Bijlage A. Schema verzoekers" staat artikel BW1:253a niet genoemd. je kan beter een andere omgang verzoeken op basis van 1:265g lid 2. Hiervoor is het nodig dat er sprake is van OTS en dat je een ouder met gezag bent.


Vraag: Moet je griffierechten betalen?

Voor geschillen tegen jeugdbescherming in het kader van OTS hoef je geen griffierechten te betalen. Oftewel alles wat je mag indienen als ouder met gezag in het document "Procesreglement Civiel jeugdrecht, 18e druk (april 2019), Bijlage A. Schema verzoekers" kost geen griffierechten, en alles met uitzondering van "Geschillen over de uitvoering van de OTS" BW1:265k mag je zonder advocaat doen. Dit is geen probleem, je kan alles wat de GV fout heeft gedaan melden onder onder de noemer "Vervanging GI", BW1:259. 

Klik hier voor het procesregelement. De griffierechten hoef je niet te betalen. "Voor een procedure over ondertoezichtstelling betaalt u geen kosten voor de behandeling van uw zaak door de rechter: griffierechten. U betaalt wel de kosten voor een advocaat als u deze inschakelt."


Grondwettelijke zorgplicht (BW1: 247, art. 8 EVRM, art. 5, 8 en 24 IVRK). 

Onderzoeksplicht, waarheidsvinding, zorgvuldigheidsbeginsel:

Op basis van artikel 21 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: onderzoeksplicht/ plicht tot handhaven. Daarnaast; Richting de Raad voor de Kinderbescherming: Jeugdwet artikel 3.3 maar meer ook in art. 3.2 en het kader van Zorgvuldigheid. Hier (Jw art 3.3) beoogt de wetgever met name waarheidsvinding in wetenschappelijke zin. Dit past ook in het schrijven van 13 april 2016 waarin de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer benadrukt: “Verantwoord omgaan met waarheidsvinding is cruciaal voor de onderbouwing van de ingrijpende en vaak complexe beslissingen die professionals moeten nemen ten aanzien van kinderen en ouders." 

Onderzoek

In het kader van een eerlijk proces (art. 6 EVRM). Ik vraag u ons te onderzoeken (art.24 IVRK) aan de hand van de MASIC. Er is tot op heden geen wetenschappelijk betrouwbaar gevalideerd instrument tot onderzoek gebruikt en er is in het verlengde daarvan dan ook geen sprake van een betrouwbare diagnose die is gesteld. Om te ‘behandelen’ dan wel problemen op te lossen zal eerst onderzoek gedaan moeten worden, opdat de situatie voor ons kind op juistheid beoordeeld kan worden. 

Er zijn twee grote issues waar drang en dwangkader mee mis gaan. Zorgvuldigheid en het sub onderdeel daarvan, ondeskundig schijn bekwaamheid afgeven dat niet deskundig gecertificeerden een mening hebben als schijn juridisch argument. Wie is bij de jeugdbeschermingstafel een gecertificeerde deskundige orthopedagoog, jeugdpsycholoog of psychiater? En drang? Alleen van een gecertificeerde deskundige! Geen HBO maatschappelijk werker van een keten partner! En ‘zorgen’? Welke deskundigheid is er in deze wat persoonlijk onbevoegd medisch handelen is? Vraag om zorgvuldigheid in de breedste zin. Juridisch (AwB art. 3.2), persoonlijk klachtwaardig als deze dit als schijn juridisch argument poneert. Wij zijn professionals! Ook de orgaan afval opruimer van het ziekenhuis is een ziekenhuis professional, maar is daarmee geen arts, die een diagnose, onderzoeks resultaat of behandeling mag adviseren of doen. De ontlasting en urine opruimer van het ziekenhuis is ook een ziekenhuis professional!  

Alleen de juridische zorgvuldigheid in deze conform Awb 3.2 en het subonderdeel waar deskundigheid ontbeert, behoort volgens dezelfde zorgvuldigheid een onafhankelijke deskundige ingeschakeld te worden! 

Hier zou er een onafhankelijke PTTS deskundige geraadpleegd moeten worden voor de desbetreffende en eveneens de relatie van de aanwezige stabiele opvoedkundige situatie, die doorbroken wordt met het afdwingen tot communicatie en/of omgang met de 'dader'. Bij jonge kinderen is de kans levensgroot voor een directe en toekomstige chronische PTTS. Is dat in het belang van het kind als de grote kern leuze voor Jeugdbescherming? Of prevaleert de onzekere toekomst met de 'dwangwens of controle' van de 'dader’?  

Hier lijken mij zeer zeker de onderdelen a en b ernstig in gedrang en bij zulk een zwaar wegend belang voor het kind is een deskundigen onderzoek (Rv 810a lis 2) en voor de jeugdige, IVRK art. 24 op zijn plaats. Eveneens EVRM art. 6 (corresponderend met fair play, deel 1, Awb art 2:4) en pouvoir of er mag geen lichtere procedure worden gevolgd om tot een besluit te komen, wanneer daarvoor een met meer waarborgen omklede procedure openstaat). Uiteraard behoort hier de uiterste zorgvuldigheid in deze.


Vraag ook het volledig dossier op alvorens te verschijnen

Artikel 35 Wb. Burgerlijk Wetboek, Boek 7, artikel 456. Jurisprudentie: ECLI:NL:HR:2012:BV8508. AVG Artikel 12 en15 eerste lid. Jurisprudentie: ECLI:NL:RVS:2011:BU6383. Betrokkene kan volstaan met een verwijzing naar art.12 en 15 AVG. Ook van toepassing Dwangsomregeling 4:17 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit schrijven is in het kader van mijn plicht (BW1:247 en IVRK art. 24) tot het bewaken en plicht ter optimalisatie van de zorg aan mijn ontvankelijke opgroeiende kind/eren, direct gerelateerd aan (BW1:262 lid 3 en 1). 


De registratie van de medewerkers opvragen, of onder welke instantie zij vallen

Wijk en zorg teams kunnen onder de gemeente vallen en hebben vaak geen SKJ registratie. GW of deskundige, gaarne ook hun NVO, NIP registratie. Bij uitvluchten, mijn arts, specialist vermelden hun beroepsgroep registratie nummer vrijwel gelijk en idem bij hun schrijven, nota's, etc. Houdt vooral de grenzen van zorgvuldigheid dicht. Daar hoort er hoor en wederhoor in, transparantie van alle documenten. En gecertificeerde bevoegde deskundigen bij betrekken en onderzoek, diagnose en eventueel behandelplan aan hun over laten. De basis is een grondige anamnese (jargon voor onderzoek). Dat onder de regie van de gezaghebbende ouders. En hooguit kind gerelateerde schriftelijke vragen, die je voorlegt. Antwoorden via jou. Laat de deskundige een duidelijke eindconclusie voor niet deskundigen opschrijven. Bv. Geen PO (persoonlijkheidsstoornis) of geen belemmering of beperking van opvoedkundige vaardigheden. Zorgvuldigheid (juridisch) houdt ook in, dat niet deskundigen optekeningen van deskundigen behoren te volgen. Zelf een eigen sausje overheen gooien, is een persoonlijke Wbgo overtreding. Of te wel kwakzalverij.

Dan ga je vragen stellen bij hun leidinggevende (die gaat vertellen dat zij dat mogen en ervaren zijn), KC (klachtencommissie), hun tuchtraad of klachten instanties en de ombudsman. Sekt of zij Juridisch, politiek, persoonlijk (volgens hun functie wat maximaal HBO maatschappelijk werker is)!

Ook heb je recht op de beste deskundigen voor het kind. IVRK art. 24. Voor kind als ouder geldt dat er een officiële behandelingsovereenkomst behoort te zijn.

Beschermingstafel heeft deze niet ! Zorgen moeten concreet met feiten zijn. En uit zorgvuldigheid hoor, wederhoor, openheid volledig dossier, transparantie naar alle partijen.

Ook zijn er dan vraagtekens met je privacy (EVRM art. 8). Deze mag niet zonder je toestemming gedeeld worden. Elke uitwisseling moet met het verwittigen gebeuren van betrokkenen conform de AVG. En je mag deze dus weigeren. Werk uitsluitend met deskundigen. Het is ook een bezuiniging op de jeugd gezondheidszorg o.a.

Een deskundige mag de vertrouwensrelatie doorbreken, maar moet dat wel onderbouwen, op haar beroepsniveau. Onderbuik gevoelens of buiten eigen deskundigheid gebied is ook een overtreding klacht waardig bij diens eigen Tuchtraad. Zij behoren te handelen volgens de eigen beroepsgroep Zorgvuldigheid. Menig GW (gedragsdeskundige of wetenschapper), is al 100 % veroordeeld door hun eigen Tuchtraad. Het kind moet minimaal gehoord en gezien te zijn. En is er een behandelingsovereenkomst? De zorgvuldigheid is of kan ook twijfelachtig zijn, daar waar er optekeningen gebruikt worden van niet gecertificeerden! Huisarts is ook weleens terug gefloten na een consult van ouders over hoe om te gaan met een "lastig" puber. Deze gaf gelijk een dusdanige zorgmelding af, met MUHP als gevolg. Teruggedraaid ondertussen. 


Bestuursrecht! Hoor/wederhoor en afrekenen met ondeskundigheid

Elke instantie, bedrijf of overheid die o.a een bestuurlijke beslissing bij de rechter motiveert, valt onder het bestuursrecht. Awb 3.2 en 3.46 (Zorgvuldigheids en motiveringsbeginselen) zou standaard in elke rechtsvoering meegenomen moeten worden. Er is reeds vele jurisprudentie hierover. Deze houdt o.a. in: hoor, wederhoor van belanghebbenden partijen, transparantie, deskundigen actief in betrekken waar ondeskundigen zijn en dat deze zich neerleggen bij de bevindingen van de deskundigen, incl. de rechter. Daarnaast zijn niet deskundigen persoonlijk in overtreding (klachtwaardig bij hun klachten instantie), indien je deze uitdrukkelijk daarop wijst en vraagt, om dit niet meer als bestuurlijk argument te voeren en om deze te verwijderen uit de officiële aangevoerde stukken en dossier. De rechter en hun, dan vragen om dit bestuurlijk te motiveren, waarom onbevoegde "meningen" als juridisch argument überhaupt of zelfs de bevindingen van bevoegde deskundigen overstijgen. Immers, de verloskundige of ambulance broeder, zijn geen gynaecoloog of medisch specialist. Mijns inzien is Jw. 3.3 overbodig met deze bestuursrecht artikelen. Er is ook vele jurisprudentie waarbij deze waarheidsvinding zoals hoor, wederhoor alle partijen en volledig dossier uitwisseling met transparantie met deze onzorgvuldigheden terecht zijn gewezen.


Waarom de MASIC of in ieder geval een 0-meting en wat het vervolg zou moeten zijn:

MASIC, zal aantonen of wij als ouders in staat zijn tot gezamenlijk overleg. In het geval dit niet zo is wens ik maatwerk en enkel nog gebruik te maken van de inzet van een klinisch psycholoog met de volgende aandachtsgebieden: de hechtingstheorie, de persoonlijkheidsstoornissen, het complex trauma en de familiesystemen.

Verwijs naar de USB, waar je informatie hebt over Dr.Childress voor verdere onderbouwing voor de gemotiveerde keuze. Ik maak geen gebruik van de forensische psychologie, de kennis is namelijk aanwezig in de basis psychologie. Enkel een klinisch psycholoog laat ik de diagnose over onze levens, die van onze kinderen stellen. En dat moet eerst: diagnostiek (Rv art.810a). De eventuele behandeling is er ook (usb – Dr. Childress) en daar hoort tijdrekken niet bij.


Herstel contact en op omgang:

Een kind heeft ook ‘recht op contact met beide ouders’ volgens de wet en de ‘tenzij’ moet bewezen zijn. Er ligt geen wetenschappelijk bewezen reden dat ik persoonlijk de ontwikkeling van ons kind in de weg sta en waarom ons kind geen contact zou moeten hebben met mij/vader/moeder (IVRK art.3 lid 2, IVRK art.9 lid 3, IVRK art.19, IVRK art.24). 

art. 3 IVRK: kind heeft beide ouders nodig en dus contact herstel wat een kind nodig heeft in zijn ontwikkeling (IVRK).

IVRK art.19: taak om bescherming te bieden vanuit de rechter richting kind dat is waarom ik verzoek dit ten uitvoer te brengen. Daar de sociaal emotionele identiteitsontwikkeling van het kind beschermd moet worden

IVRK art.19; ingrijpen en zorgen dat er adequaat gehandeld wordt richting kind, dus goede ondersteuning en hulp wordt geboden/ opgelegd door de rechtbank

Een scheiding met één of twee pathogene ouders is gerelateerd aan een complex trauma wat ook die aandacht behoeft wil men het oplossen (Dr. Childress e.a. usb). Wij zijn misschien ex-partners maar samen ouders. Ik laat mij niet tot ‘ex-ouder’ degraderen zonder een wetenschappelijk betrouwbaar gevalideerde diagnose (Rv 810a).

Authentieke stem kind: U laat de ‘stem van het kind’ (art.12 IVRK) over aan klinisch psychologen (artikel 1:377aBW lid3- ontzeggen recht op omgang) die verstand hebben van eerdergenoemde aandachtsgebieden. Het is namelijk van zeer groot belang dat het authentieke kind gesproken wordt in situaties als deze (Bowlby, Beck, Minuchin). Daarnaast kan de stem van een opgroeidende niet doorslaggevend zijn omdat hij geen overzicht heeft in zijn latere belangen. Het dient dus diagnostisch beoordeeld te worden (art.24 IVRK).

(art. 3 IVRK), waar zou anders uw empathie en compassie zijn naar onze zoon. U weet immers wat een kind nodig heeft in zijn ontwikkeling( IVRK).

Het is in beginsel niet aan de overheid om invulling te geven aan de opvoeding (art. 8 EVRM). (Deze taak ligt bij ouders, verdelen zorg en opvoedingstaken (1:247 BW).

Dus zonder bewijs dat je niet geschikt bent als ouder mag de rechter jou niet uit het leven van een kind schrappen: deze beoordeling laat je enkel over aan een wetenschappelijk gekwalificeerde klinisch psycholoog.

De rechtbank dient passende maatregelen te nemen uit plicht het kind te beschermen (art.19 IVRK) en het kind heeft recht op de beste deskundigen (IVRK art.24).

Als ouder heb je het recht om het allerhoogste vragen en kwaliteit verzoeken (Rv art.810a).


Redenen tot (her)verbinden:

  • Emotionele uitsluiting is nooit geschikte remedie voor interpersoonlijke conflicten (vitale ouder/ kindrelatie)
  • Kind kan geen gezond zelfrespect ontwikkelen als hij de ouder waarneemt als slecht, beledigend, liefdeloos.
  • Als kind zich onbemind voelt door een ouder dan zal het kind zich in het algemeen niet geliefd voelen
  • De cognitieve stabiliteit wordt op het spel gezet door mispercepties en misvattingen over de afgewezen ouder door de breuk met de realiteit – verlies in de diepste vorm
  • Een liefhebbende ouder verwerpen is anti-instinctief – dat kan alleen met het opzetten van een waanstelsel om het afwijzen te rechtvaardigen
  • Kind leeft onder een wolk van angst – door slip of de tong die de ware liefdevolle gevoelens en behoeften onthult naar de afgewezen ouder – ‘situatie-veroorzaakte-angst”
  • Gevoelens van schuld naar afgewezen ouder: Nu zijn er nog kansen om te herstellen – niet zover laten komen dat hij er zijn hele leven mee blijft zitten
  • Emotionele gat in het kind dat is ontstaan vaak opgevuld met negativiteit. 

Verzetten tegen OTS/UHP

Een OTS/UHP schendt mijn grondrechten als ouder en bovenaan staat, eerst zal er duidelijkheid dienen te zijn in de oorsprong van de problemen. Er is niet wetenschappelijk onderbouwd onderzocht op dit moment. OTS en UHP zijn middelen en geen vormen van diagnostiek/onderzoek. Als ouders blijven wij ieder persoonlijk verantwoordelijk ook als er (af en toe) een gezinsvoogd in beeld is. Daarnaast heeft dit OTS/UHP grote impact op ons kind terwijl de diagnose er niet mee gesteld wordt en er nog geen diagnose gesteld is om hiertoe over te gaan. Hoe schiet ons kind er dan wat mee op?

Wijziging hoofdverblijfplaats in plaats van een UHP

Refereer naar de brief van Vera Bergkamp(D66) waarin zij toegezegd kreeg dat in dit soort situaties het kind niet uit huis geplaatst dient te worden maar tijdelijk bij de andere ouder, die niet het contact in de weg staat, om zo snel als mogelijk toe te werken naar contact met beide ouders. Dat brengt de nodige rust voor het kind om zichzelf weer terug te vinden en voorkomt dat kind onder druk blijft staan van de verstotende ouder.

Waarom moet de rechter zich duidelijk uitspreken over contactherstel

Het contact met de uitwonende ouder zal opgelegd dienen te worden aangezien het kind de keuze om weer te willen verbinden met uitwonende niet zelf zal maken omdat het kind diep van binnen weet dat het kind daarvoor het contact met de inwonende ouder verspeeld. Het kind zit  zit klem.

Interessante link.


Klachten indienen tegen Jeugd bescherming  ‘professionals’

Doe een beroep op bestuurlijke zorgvuldigheid, waar Jeugdzorg medewerker en diens organisatie zich aan schuldig maakt. Concrete zorgvuldig onderzochte feiten met bronvermelding, hoor en wederhoor. Bevoegde deskundige diagnose of verrichtte onderzoeks- en behandeling perspectieven zorgvuldig in kaart gebracht, met alle voors en tegen. Wat de Jeugdmedewerkers doen, is onbevoegd medisch handelen. Of te wel, kwakzalverij. Persoonlijk klacht waardig bij SKJ tuchtraad en Ombudsman.

Tenzij je door drukt naar SKJ tuchtraad en de Ombudsman. Dan wordt deze onhoudbaar. Is persoonlijk en voor de organisatie, een ernstige impact. Maar heb je die energie om op 2 fronten te "strijden"? Elke verkeerde GV die je "opruimt", heeft een ernstige impact voor hun ! De organisatie, dropt die, als zij geen voordeel, maar meer nadeel en energie van hun vergt. Guerilla, hit and run. Elke "slachtoffer", is er 1 psychologisch gezien.  Stap met de uitspraak Ombudsman naar de Tuchtraad. Als alles voorbij is, jij niet tevreden bent. Publiceer dan de uitspraken, met namen GV, GI en eventueel Rechter, dit op alle publieke media mogelijkheden op het Internet, Social media, pers, etc. Laster, smaad en privacy schending kost jaren. En alle focus is er dan ook op hun. Dat wil de Jeugdzorg organisatie en Lobby, niet. Negatieve publicatie gaan zij uit de weg. Daarnaast, je publiceert niet de onwaarheid. Dat verliezen zij. Elk steen die hun muur onder uit haalt, is er één. Hoe meer op een kundige manier, maakt die muur zwakker. En met velen, redden zij dat op den duur niet. 

Reactie van een ouder: 

Noem het maar 'Chantage'. Maar die persoonlijke bedreiging is voor de GV zeer bedreigend. Berisping of SKJ licentie intrekken met alle negatieve 'Publicatie', waardoor deze grotere schade berokkent voor de Jeugdzorg organisatie. En dan piept deze wel anders. Ook de psychologische impact op collega’s. Mijn 2e en laatste GV, werd emotioneel bijgestaan in de rechtbank, door een onaangekondigde collega. Net niet huilend, dat ik haar "dood" beklaagde en de rechter verzocht, om de OTS te beëindigen ! Stond ik verbaasd van. Die gooide gelijk de doek in de ring. Plotseling geen redenen meer voor OTS! En daarna was zij en GI, Save Midden-Nederland, muisstil. OTS toen ook eraf! Vanwaar die ommezwaai ? Zeer effectief. Dus trek maar je conclusie. GV schrijft de motivatie naar de Rechtbank. Wel onder druk van teammanager en achterliggende GI organisatie! Willen graag geld zien met een OTS verlenging ! Maar een medewerker die door mij juridisch, met alle mogelijke middelen gemangeld wordt? Veel effectiever dan de voortdurende gerek procedures. Ook dat levert geld op! En de Angel, heb je eruit.

Maar pas op: lang niet iedereen heeft de energie of de capaciteiten om het gevecht zo aan te gaan Bovenstaande weg is dus zeker niet voor iedereen weggelegd om te (kunnen) bewandelen. Lijmen en slijmen kan voor sommigen effectiever zijn afhankelijk van het beoogde doel.

Gelijk hebben/gelijk krijgen... Twee totaal andere zaken bij de Jeugdbescherming. 


Elke beschikking OTS, UHP of SA is een bestuurlijke beschikking afgegeven onder het bestuursrecht! 

Elke GI (gecertificeerde instelling) is een bestuurlijk orgaan die valt onder het bestuursrecht.

Daar moet men hoe dan ook voldoen aan de bestuurswet kaders, waaronder zorgvuldigheid.

Een subonderdeel daarvan is dat onafhankelijke deskundigen ingeschakeld en gevolgd worden, daar waar KIR (kinderrechter), gezinsvoogd, voogd of raadsonderzoeker, niet deskundige bevoegde gecertificeerd zijn als orthopedagoog, jeugdpsycholoog of jeugdpsychiater. Idem heeft het kind volgens IVRK art. 24, recht op de beste voorhanden zijnde hoogwaardige deskundigen.

Heel geraffineerd worden deze wetskaders de ouders en kinderen ontnomen of weg gezwegen door het gehele systeem tot en met vele uitspraken van de rechterlijke macht. Gezinsvoogd, voogd of raadsonderzoeker hebben geen politiek of juridisch mandaat om als deskundige bevoegde gecertificeerd orthopedagoog, jeugdpsycholoog of psychiater op te treden. Eveneens is dat een persoonlijke overtreding van o.a. de WBGO wet. En zeer zeker daarnaast ook niet om als psycholoog of psychiater voor volwassenen, juridische argumentatie aan te voeren. Daarnaast is er geen officieel behandelplan wat indruist tegen de privacy (EVRM art. 8) van de gezaghebbende ouders. 

Eveneens is een GW (Gedragswetenschapper) gebonden aan de eigen beroepszorgvuldigheid waarbij het kind minimaal gehoord en gezien moet zijn met de vraagtekens van de bron van niet gecertificeerden. Vrijwel 100 % is daarmee voor hun eigen tuchtraad daarop veroordeeld bij het niet volgen van hun eigen beroepszorgvuldigheid. Juridisch onzorgvuldig van de KIR (kinderrechter) is het, om ondeskundige meningen dan wel te accepteren als juridisch argument zonder de bestuurlijke zorgvuldigheid en motivatie daarbij af te geven bij een bestuurlijke beschikking. Dat is met 2 maten meten.

Ouders, vraag hier expliciet om in je verweer-pleidooi. Je kan dan gelijk de rechter wraken bij deze partijdigheid van ongelijke toepassing van deze gevraagde bestuursrecht wetsartikelen. Want dat is het wel. EVRM art. 14 protocol 12 is hier eveneens van toepassing. Ook met een vervolg HB (Hoger Beroep) heb je dan een goed fundament, omdat het Hof deze aangevoerde wetskaders/artikelen verder moet behandelen nadat eerst je wrakingsverzoek afgehandeld is.


Waarom meten rechters bij jeugdzorg met 2 maten, partijdig.

Een bestuurlijke beslissing nemen onder het bestuursrecht, maar de juridische Zorgvuldigheid, die daar bij hoort, van tafel vegen. Ook als de andere partij dat kenbaar maakt. Moet wellicht wat harder op schrift gesteld worden en dan deze familierechter wraken.

En zelfs op de stoel van een onzorgvuldige Kwakzalvistische deskundige ongerechterlijke argument nemen als ongecertifeerde als medicus, psycholoog of orthopedagoog ! Wij dulden geen tegenspraak en ga maar in HB of cassatie of de pot op. Wij verdienen meer aan HB als ons verdien model. Wij hebben macht en dulden geen tegenspraak of enige kritiek. Want wij zijn immers voor het leven benoemd en geen ene rechter is ooit uit het ambt gezet. Ja, als familierechter het te bont maken. Dan houden zij het heel stil, en halen zij deze Familierechter uit het familie recht. Mondjes dicht en snaveltje toe. Meneer den Uil. Slaap lekker. 

Dus wijk uit naar het bestuursrecht waar in de zorgvuldigheid dat soort uitvluchten zeer moeilijk gehandhaafd kunnen worden. Daarnaast, je moet wel lef hebben als advocaat of ouder om wetskaders en artikelen te gebruiken. Ook dat wordt dan wel zorgvuldig ontweken in het gehele rechtssysteem Jeugdzorg. Hamer daar op vanaf het begin op. Laat je dat niet afschuiven. Wraak dan de familierechter op partijdigheid. Eerst volgt de wrakingsprocedure, waarna je in HB of cassatie het vervolg op de zorgvuldigheid en onderdelen daarvan voort kan zetten. Evenals de RvdK, GI, GV en alle betrokken functionarissen op kan wijzen dat zij als bestuursorgaan onder het bestuursrecht vallen en overeenkomstig moeten handelen. En persoonlijk er vragen over hun functioneren gesteld kan worden aan hun tuchtraad of hoofd verantwoordelijke. Met name het sub onderdeel als niet deskundig de mening afgeven als juridisch argument ingeslikt door Familierechter. Dan staat hun carrière gelijk in de schijnwerper. Dat laatste onderdeel kan en mag een advocaat niet ! Tenzij je deze privé betaald en deze voor jou wilt acteren daar. Dat ligt aan de ouders om dit kundig procedureel op te pakken. 


Dwang/Drang?

Krijgt u via het wijkteam, of op een andere wijze, te maken met dranghulp, accepteer deze dan niet. Bij dranghulp is er sprake van een zeer ongelijke machtsverhouding tussen overheid en burger. Dranghulp leidt in de meeste gevallen tot een onfatsoenlijke en onbehoorlijke bejegening van ouders en jeugdige. Binnen de kaders van de huidige jeugdwet en de wet kinderbeschermingsmaatregelen bestaat geen enkele verplichting om dranghulp te accepteren. Slechts de kinderrechter is als enige wettelijk bevoegd een mandaat te verschaffen om maatregelen ter kinderbescherming uit te voeren tegen de wens van de gezaghebbende ouders in.

Bron: https://www.maassluis.nu/columns/column-dranghulp-is-een-sociale-staatsgreep/?fbclid=IwAR0yNgY-v0LX0Uej9NsCNmbdu6cCX7_z70LGCGPGDdvptHfjIAzi7zKF004

In Nederland is men namelijk pas verplicht jeugdhulp te accepteren als de kinderrechter dat heeft opgelegd. Alle andere vormen van het verplicht opleggen van jeugdhulp dus ook dranghulp, zijn onrechtmatig en strijdig met artikel 8 EVRM en artikel 10 van de grondwet. https://www.maassluis.nu/columns/column-veeg-uw-billen-af-met-die-gemeentelijke-brief/?fbclid=IwAR3BP6OJXNL9eSHc7aow3S9hlPgjQIbhmrxGJ0Ho22yLb1xow7ae06lud8k 


Wat te doen tegen die pilots, waarbij wijkzorgteams bij jou de druk opvoeren braaf mee te werken aan contra productieve trajecten

Sinds 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdhulp aan gezinnen. Als er ernstige zorgen zijn over opvoedingsproblemen binnen gezinnen worden die zorgen gemeld bij het Jeugdbeschermingsplein van de gemeente. Het Jeugdbeschermingsplein bepaalt dan of de zaak zo ernstig is dat de Raad voor de Kinderbescherming moet worden ingeschakeld en naar de kinderrechter moet worden gegaan. Vaak wordt ouders alsnog een laatste kans geboden bepaalde jeugdhulp te accepteren. Dit gebeurt dan in een zogenaamd drangkader. 

Als ‘drang’ wordt ingezet krijgt het gezin meteen een jeugdbeschermer van Jeugdbescherming Rotterdam toegewezen, zonder dat aan ouders iets wordt gevraagd.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 24 november 2015 bepaald dat zo’n besluit van het Jeugdbeschermingsplein gewoon geweigerd mag worden door ouders en kinderen

Als ouders dat doen dan lopen ze wel het grote risico dat de zaak wordt voorgelegd aan de kinderrechter en dat het gezag daadwerkelijk wordt beperkt of dat de kinderen uithuisgeplaatst worden. De rechter vindt wel dat de beslissing van het Jeugdbeschermingsplein ondoorzichtig is en eigenlijk ook niet behoorlijk is, omdat ouders onvoldoende worden betrokken bij de besluitvorming over welk traject van jeugdhulp dan noodzakelijk zou zijn en of de zorgen eigenlijk wel terecht zijn.

Mijn advies is dat als de gemeente u jeugdhulp aanbiedt, terwijl u vindt dat dat te weinig is of de verkeerde jeugdhulp, dat u dan altijd aan de gemeente vraagt om het aanbod van jeugdhulp op schrift te zetten in een zogenaamde ‘verleningsbeschikking jeugdhulp’. U kunt dan altijd bezwaar maken en zelf beargumenteren waarom u andere, beter geschikte jeugdhulp nodig heeft of juist geen jeugdhulp nodig heeft. 

U hoeft niet bang te zijn voor de kinderrechter. Die toetst namelijk of de gemeente op zorgvuldige wijze een beslissing neemt die diep ingrijpt in uw gezin. Bovendien zal de Raad voor de Kinderbescherming eerst nog onderzoeken of de gemelde zorgen wel kloppen en of er daadwerkelijk sprake is van een bedreiging van het welzijn van de kinderen. Pas als ook de Raad voor de Kinderbescherming die conclusie trekt, kan de Raad een verzoek tot ondertoezichtstelling indienen bij de kinderrechter. De kinderrechter zal altijd toetsen of u noodzakelijke jeugdhulp accepteert en of er echt wel sprake is van ernstige bedreiging van de kinderen. De Kinderrechter toetst ook of het plan dat is opgesteld om de problemen op te lossen wel goed genoeg is. U krijgt altijd de gelegenheid om uw mening te geven en u wordt door de kinderrechter beschermd tegen verkeerde beslissingen van de jeugdhulpverleners.


Als laatste deze opmerking:

Op zich wil Herken Ouderverstoting de jeugdbescherming niet diskwalificeren. Maar deze behoren wel naar de wetskaders te handelen bij zwaarwegende maatregelen zoals dreigende OTS of erger. Zij mogen niet diagnostiseren met hun onderbuik, dramatiserende voorstelling als juridisch argument, die als zoete koek juridisch onzorgvuldig geslikt wordt door de Kinderrechter met familie, civiel of jeugdrecht.

Met bestuurlijk recht beroepen op de zorgvuldigheid, moet alles erin.

Waarheidsvinding is de "vrije" waarheids interpretatie van de kinderrechter. Daar hoort ook liegen en bedriegen bij van jeugdzorg instanties als juridisch argument. Wel mogen feiten. Maar ouders, neem ook uw verantwoordelijkheid. En laat je niet in escalatie verleiden. Of volg daar cursus of therapie daarvoor. Jeugdzorg mag wel stimuleren voor het zelfstandig oppakken van deze verantwoordelijkheid als ouder, mits er daar échte feiten voor zijn. En niet onnodig de kinderen betrekken bij volwassen zaken, zoals bv. financiën, omgang op een manier op een gebruikelijke acceptabele manier. Doe ook zelf wat en trek de regie naar je toe.